Waarom een ‘prima’ portret vaak het probleem is
Wat ik in mijn werk vaak zie, is niet dat mensen een slecht portret hebben, maar dat ze een portret hebben dat ooit “prima” was. Een foto die technisch klopt, scherp is, goed belicht, en die ooit precies deed wat hij moest doen. Gemaakt voor een cv, een website of een LinkedIn-profiel, en vervolgens jarenlang overal opnieuw gebruikt. Niet omdat mensen daar bewust voor kiezen, maar omdat er zelden een moment is waarop iemand zichzelf afvraagt: klopt dit beeld eigenlijk nog wel bij waar ik nu sta?
In branding wordt consistentie vaak gezien als iets positiefs. Herkenbaarheid bouw je op door herhaling. Een logo verander je ook niet elke paar jaar. Maar een portret werkt anders dan een merk. Je gezicht is geen vaststaand logo; het beweegt mee met je leven, met je leeftijd, met je veranderende rol en zelfbewustzijn. Je wordt ouder, maar veel belangrijker nog: je verandert van functie, van positie, van hoe je jezelf ziet en hoe je jezelf wilt laten zien. En die veranderingen laten altijd sporen na in hoe iemand kijkt, zit, staat en zich verhoudt tot de camera.

Een vergelijking die ik vaak maak, is die met een pasfoto. Een paspoort kan tien jaar geldig zijn, terwijl je na die tien jaar zichtbaar niet meer dezelfde persoon bent. Dat accepteren we heel normaal. Toch vinden veel mensen het bij hun professionele portret logisch om jarenlang hetzelfde beeld te blijven gebruiken, ook als dat beeld eigenlijk vertelt wie ze waren in een vorige fase. Het portret is dan niet fout. Het probleem is niet het portret zelf, maar het verhaal dat het vertelt. Het verhaal is gewoon verouderd.
Wat het lastig maakt, is dat “prima” geen reden geeft om iets te veranderen. Het schuurt niet. Het roept geen urgentie op, geen enkele drang om opnieuw naar jezelf te kijken. Vaak is het ook bij gebrek aan beter. Een nieuw portret laten maken vraagt iets van je: tijd, vertrouwen in een fotograaf, de moeite om jezelf opnieuw zichtbaar te maken. Zeker omdat portretfotografie voor jezelf meestal geen vanzelfsprekend onderdeel is van je werkende leven. Het gebeurt vrijwel alleen als een organisatie ervoor betaalt, niet als persoonlijke investering. Daardoor is het lastig om überhaupt aan de slag te gaan. Je weet niet goed waar je moet beginnen, wie je kan vertrouwen, of wat je eigenlijk wilt veranderen.
En dus blijft het beeld staan. Niet uit overtuiging, niet uit een bewuste keuze, maar uit gewoonte. Ondertussen vertelt dat portret ongemerkt een verhaal dat misschien niet meer helemaal klopt met wie je nu bent. De foto die je jaren geleden liet maken, toen je net die positie had bereikt of net voor jezelf begon, die ziet er nog steeds uit alsof die je vertegenwoordigt. Maar ondertussen ben je veranderd. Je bent meer geworden, anders geworden. Misschien wijzer, zelfverzekerder, ouder, anders in je rol.
Dat is wat ik bedoel met het prima-portretfenomeen. Niet dat mensen verkeerde keuzes maken, maar dat een beeld kan blijven hangen in een fase die allang voorbij is. Het zijn geen slechte foto’s. Ze doen hun werk redelijk. Ze zijn immers “prima”. Juist daarom voelt niemand de noodzaak om daar opnieuw bewust naar te kijken. Het is niet iets wat jeweert, niet iets wat schreeukt om verandering. Maar stilzwijgend, ongemerkt, blijf je jezelf presenteren met een gezicht uit het verleden.
Wil je weten hoe je jezelf opnieuw kunt vastleggen? Kijk dan hier hoe een portret kan werken dat jouw huidige verhaal echt vertelt.

